‘Geen land, maar water’
Waar het Reitdiep het Van Starkenborghkanaal kruist, zagen we op een kleine landtong dit boomvormige gedicht, een co-productie van Regina Verhagen en Gerrit Krol. Kunstenares Verhagen ontwierp een twaalf meter hoge boom op wiens takken Krols’ dichtregels balanceren. Het monumentale gedicht ziet weids uit over water, lucht, bomen en velden. Die weidsheid strekt zich uit tot ver buiten de foto.
Nu al het zoveelste gedicht in het wild dat ik deze zomer ontmoet. Ik ben onderhevig aan de prachtige paradox dat je meer ziet naarmate je je blik concentreert op minder. Op zoek naar de dichter van ‘Geen land, maar water’ kwam ik nog meer vindplaatsen aan de weet. Langs de vaarweg tussen Lemmer en Delfzijl staan zeker tien ‘ruimtelijke taalbeelden’, zoals de betreffende provincies en Rijkswaterstaat ze noemen. Nu eens iets fraais van de ambtenarij, die hiervoor de naam Woordenstroom bedacht. Er is dus nog veel nader te verkennen.
Wat er staat:
Geen land, maar water
Geen water, maar land
Land dat op water drijft
Vlak land derhalve
Twee kanalen die elkaar snijden
Liggen in hetzelfde vlak
Land waarin gesneden wordt
Water waarin gesneden wordt
Vaarwater
Er is een mooi krantje over het kunstproject, Woordenstroom, waarin ook een interview met Gerrit Krol .